Upgrade je BBQ-kennis

Founder Jack: " Als ex-slager krijg ik nog steeds een glimlach als ik al die BBQ-termen voorbij hoor komen. In de slagerij draaide het om vakkennis: weten waar vlees vandaan komt, hoe je het bewerkt en natuurlijk hoe je het goed bereidt. Tegenwoordig heeft de BBQ-wereld daar een flinke verzameling eigen termen aan toegevoegd. Daarom leg ik 25 veelgebruikte vlees- en BBQ-termen kort en duidelijk uit."

Van barbeknoei naar barbecue

Marineren – Vlees vooraf laten intrekken in een mengsel van kruiden, olie of andere smaakmakers.

Rub – Een droge kruidenmix waarmee je vlees rondom insmeert voor extra smaak.

Kerntemperatuur – De temperatuur in het midden van het vlees. Voor mij als slager nog altijd een belangrijke graadmeter.

Garing – Geeft aan hoe ver het vlees bereid is, van rood tot volledig doorbakken.

Rare – Rood vanbinnen en kort gegaard.

Medium-rare – Rood tot rosé vanbinnen, met een warme kern.

Medium – Rosé vanbinnen en iets verder doorgegaard.

Well-done – Volledig doorgegaard vlees.

Searen – Vlees kort op zeer hoge temperatuur grillen voor een mooie bruine korst.

Direct grillen – Vlees rechtstreeks boven de hittebron bereiden.

Indirect grillen – Vlees naast de hittebron garen. Ideaal voor grotere stukken.

Low & slow – Langzaam garen op een lage temperatuur. Geduld is hier de belangrijkste smaakmaker.

Hot & fast – Op hoge temperatuur en relatief snel barbecueën.

Reverse sear – Eerst rustig garen en daarna kort en heet afgrillen.

Rusten – Vlees na de bereiding even laten liggen voordat je het aansnijdt.

Trimming – Overtollig vet, vliesjes en andere ongewenste delen van het vlees verwijderen.

Ontvliezen – Stevige vliesjes en bindweefsel van het vlees verwijderen.

Basten – Tijdens het garen regelmatig bestrijken met bijvoorbeeld saus, boter of marinade.

Moppen – Vlees tijdens een lange bereiding bevochtigen met een dunne saus of mopsaus.

Glaceren – Een dun laagje saus aanbrengen dat tijdens het grillen mooi karamelliseert.

Injecteren – Met een injectiespuit extra vocht en smaak diep in het vlees brengen.

Brinen – Vlees in een zoute oplossing laten trekken voor extra smaak en sappigheid.

The stall – Een fase tijdens low & slow waarbij de kerntemperatuur tijdelijk nauwelijks stijgt.

Maillardreactie – De reactie die zorgt voor die heerlijke bruine korst, geroosterde geur en diepe smaak.

Draad van het vlees – De richting waarin de spiervezels lopen. Dwars op de draad snijden zorgt vaak voor een malser resultaat.

Van slagerij naar BBQ

"Vroeger leerde ik vooral hoe belangrijk goed snijden, goed vlees en de juiste bereiding zijn. Op de BBQ komt daar een flinke dosis geduld bij. Of je nu een steak kort seart of urenlang low & slow gaart: kennis van vlees maakt het verschil. Dus de volgende keer dat iemand bij de BBQ begint over een reverse sear, kerntemperatuur of the stall, weet jij precies waar het over gaat. En geloof mij als ex-slager: dat praat een stuk lekkerder weg bij een goed stuk vlees."